Melk

melk en melkproducten

Het niet goed verdragen van melk komt veel voor. In Nederland is het meestal een intolerantie voor een melkeiwit (wei of caseïne). Intolerantie voor melksuiker (lactose) komt veel minder voor in Nederland. Dit type melkintolerantie zie je vooral terug bij mensen in Azië en bij mensen van Aziatische afkomst, die hier in Nederland wonen.

Een lactose intolerantie kan de huisarts of specialist vaak wel vinden, maar een intolerantie voor melkeiwit wordt zelden vastgesteld. Dit type melkintolerantie wordt niet (h)erkend, omdat het niet eenvoudig is te meten. Dokter Veenstra kan dit type melkintolerantie wel meten.

Melk belast de milt energie en dit kan een verhoogde slijmvorming geven. Met name de huid, luchtwegen en darmen zijn gevoelig voor dit slijm. Deze drie organen zijn bij een melkintolerantie de zwakste plek. Wanneer je een melk intolerantie hebt, krijg je sneller last van deze organen. Aandoeningen die ik associeer met een melkintolerantie zijn: zwakke weerstand, chronische verkoudheid, hooikoorts, astma, emfyseem, COPD, terugkerende oorontstekingen, longontstekingen, open mondhoeken, eczeem, galbulten, diarree, colitis ulcerosa, Ziekte van Crohn en andere darmaandoeningen.

Advies: melk belast bij iedereen de milt energie. Bij het gebruik van bewerkte melkproducten - yoghurt, kaas, kwark en karnemelk - is de belasting veel minder. Het is daarom verstandig om deze melkproducten te gebruiken in plaats van pure melken andere melkproducten.

Tot de leeftijd van 2 jaar kun je niet zonder melk en melkproducten. Voor baby’s is het daarom bealangrijk om precies te weten welk melkeiwit niet verdragen wordt. Zodat de juiste flesvoeding kan worden voorgeschreven.

Bij een caseïne eiwitintolerantie worden yoghurt en karnemelk relatief goed verdragen. Zowel yoghurt als karnemelk bevat weinig caseïne. Sojamelk gaat meestal ook goed.

Bij een wei eiwitintolerantie is er altijd sprake van een zogenaamde kruisintolerantie voor zowel melk als sojamelk. Dan zijn sojamelkproducten geen goed alternatief. Kwark en kaas bevatten weer weinig wei-eiwit en worden dan vaak het beste verdragen.

Vanaf 2 jaar en ouder, kun je volstaan met de genoemde alternatieven voor melk. Een ander alternatief is suppletie met kalk. Dit is een poeder dat aan de dagelijkse kalkbehoefte voldoet. Het is verkrijgbaar bij de apotheek.

Melkvrij dieet

Wat niet mag:

Melk en melkproducten zoals:

  • karnemelk, kwark, biogarde, yoghurt, boter, kaas (hieronder wordt ook verstaan geiten-en schapenkaas).
  • sojamelk en toetjes van sojamelk, dit geldt niet voor iedereen (zie specificatie onder aan de pagina).

Verder alle producten waarin melkbestanddelen zijn verwerkt. Hiervoor moet u de ingrediëntenlijst raadplegen. Hierop staat vermeld welke grondstoffen voor de bereiding van dit product zijn gebruikt.

Voorbeelden van producten waar melkbestanddelen kunnen zitten:

  • puddingpoeder, kant en klare soepen en sauzen, slasaus, mayonaise, beschuit, koek, gebak, snoep, drop, worstsoorten, Rivella en margarine.

Gewoon brood bevat meestal bakkersvet, hierin wordt ook melk verwerkt.

Vervangende producten:

In plaats van boter gebruikt u:

  • Wessana margarine/halvarine, Eeden margarine/halvarine, ossenwit, plantaardige oliën. Ook andere merken margarine/halvarine zijn soms zonder merkbestanddelen verkrijgbaar, zie daarvoor de ingrediëntenlijst.

In plaats van gewoon brood gebruikt u:

  • brood zonder bakkersvet (verkrijgbaar bij natuurvoeding- en reformwinkels en op verzoek vaak ook bij de bakker)

Sojaproducten zoals tofoe, tempeh, sojasaus, sojameel e.d. zijn altijd toegestaan.

Rijstemelk is voor kinderen een goede vervanger van melk als sojamelk ook niet verdragen wordt. Hiervan zijn ook toetjes te maken.

Ook amandelmelk en hazelnootmelk zijn dan prima alternatieven.

Specificatie:

Een overgevoeligheid voor alle componenten van de melk komt meestal niet voor. Meestal kan onderscheid gemaakt worden in een overgevoeligheid voor het melksuiker (laktose) of een van de koemelk eiwitten. Dit onderscheid is met name belangrijk bij zuigelingen, zodat het juiste alternatief aan babyvoeding kan worden voorgeschreven.

  • Laktose overgevoelig: U mag wel sojamelk of sojatoetjes, caseïne en wei-eiwit. Lactose wordt vaak gebruikt als vulstof in de farmaceutische- en in de voedingsindustrie. Tabletten bevatten dus vaak lactose, bv. ook de anticonceptie-pil. Vraag uw apotheker! Ook de meeste tandpasta’s bevatten lactose. Lactose vrij zijn: Paradontax, Elmex, Dolisos. Vervangende babyvoeding: Nutrilon soja (plus)
  • Wei-eiwit overgevoelig: Dat betekent dat u wel producten kunt gebruiken waarin lactose of caseïne in voorkomen. U mag beslist géén sojamelk of sojatoetjes. Vervangende babyvoeding: Nutramigen, Pregestimil of Frisolac Allergy Care.
  • Caseïne-eiwit overgevoelig. U mag dus wel lactose of wei-eiwit. In sommige gevallen mag u ook sojamelk of sojatoetjes. Na het eerste onderzoek wordt u dit medegedeeld. Vervangende babyvoeding: Nutrilon Pepti (plus), eventueel Nutrilon soja (plus)

Tenslotte:

Als aanvulling op dit dieet is kalk en vitaminen nodig. Deze worden u dan ook voorgeschreven. U moet ze blijven gebruiken, zolang als u het dieet volgt. Indien u een recept nodig heeft, kunt u daarom vragen.